Beste mede-atleten, lopers, springers, werpers en ander volk. Na zo’n vijf jaar lidmaatschap van Lionitas heb ik eindelijk de moed verzameld om eens in de pen te klimmen. Ik weet het, het is geen polsstok, maar ja, je moet ergens beginnen nietwaar?
De behoefte om te schrijven was er al eerder, maar nadat ik alle briljante tot zeer briljante bijdragen van anderen had gelezen had ik zoiets van: “ach, wat kan ik hier nou nog aan bijdragen”. Bovendien had ik geen directe aanleiding en dat was een mooi excuus nietwaar?
Ik bedoel, ik viel wel van de ene verbazing in de andere. Ik deed aan korfbal (ja, ja, ik weet het, kom maar op met alle vooroordelen!!) en was daar gewend aan een hoop geschreeuw tegen scheidsrechters, een hoop getier en gevloek van trainer/coach en soms zelfs fysiek geweld van en tegen tegenstanders. Hoe anders was de serene rust bij Lionitas: het enige dat ik hoorde was: rustig aan, je gaat te hard! En meer van dat soort dingen. Omdat meerdere trainers dat riepen begon zelfs bij mij de vraag op te komen: hoezo? Trainen doe je toch om sneller te worden, tot het gaatje dus? Vijf jaar verder en minstens evenzoveel blessures rijker begin ik het, denk ik, te snappen…..
Maar goed, ik dwaal af. Mocht je denken, “waar gaat dit over”? stop dan maar met lezen: het gaat inderdaad nergens over en het vervolg zal ook nergens over gaan. Dus bespaar je de moeite: als je iets interessants wil lezen, blader dan gauw verder, want ik heb nu ook geen aanleiding, gewoon een weekje Lionitas, niks bijzonders dus, of toch?
Nou, laten we kalmpjes beginnen: de loopweek begint op dinsdag bij ons aller Cindy. Wel effe wennen hoor, van “alles mag, niks moet” tot “opdrachten”. Maar goed, we weten dat het goed voor ons is, dus werken we ons gehoorzaam in het zweet. Helaas op die dinsdag gevolgd door een enorme plensbui, dus koud naar huis, niets bijzonders, heb ik toch al gezegd? Het gaat nergens over….
Maar goed het wordt toch wel iets anders op de donderdag: hoezo recreatief lopen? Maar liefst 12 lopers van allerlei leeftijden, geslacht, niveau enz. bevinden zich onder de bezielende leiding van Cindy op de baan. Na een rondje hordelopen door het park, (moeilijk hoor, al die rondvliegende takken op het pad) beginnen we vol goede moed.. Trouwens, nu ik erover nadenk: hoezo, lopers van alle leeftijden? Er zijn alleen maar 40-plussers; zou het dan toch waar zijn, dat van die achterbankgeneratie en zo, al die verhalen dat de jeugd het bij een beetje tegenwind al opgeeft? Mmm, de komende tijd maar eens even in de gaten houden. En tegenwind hebben, de techniek heeft er flink onder te lijden , maar het karakter is straks onovertroffen!
En dan: Weekend!! Voor de normale Nederlander hét moment om zich nog eens lekker om te draaien, de zonden van de afgelopen week te overdenken en vervolgens van zich af te laten glijden en te genieten. Een enkele mafkees wurmt zich al om 7.30 uur in de hardloopkleren, binnensmonds teksten mompelend als “waar ben je nou mee bezig man”gevolgd door”ach, als je eenmaal bezig bent vind je het wel leuk”en soortgelijke wijze woorden, maar toch: het voelt als een soort boetedoening voor het gemiste loopje van gisterenavond, toch die calvinistische achtergrond die sommigen onder ons nog steeds parten speelt?
Hoewel sommigen? Na “fashionably late” bij de baan aangekomen te zijn wrijf ik eens goed in mijn ogen (nu ik erover nadenk had ik dat beter kunnen doen vóór ik in de auto stapte, maar goed, ik ben er zonder ongelukken vanaf gekomen): toch minstens 25 mannen en vrouwen! Ook uit de groep van Cindy, maar, de oplettende lezer raadt het al: alléén 40-plussers, het vooroordeel begint vastere vormen aan te nemen…
Waarom al die mensen daar zijn?: om een door Jelle ontdekt gebied nader te ontginnen. Over dit initiatief niets dan lof: het is duidelijk waar we moeten zijn (als je tenminste bij de juiste persoon in de auto stapt, zie vorig clubblad), men houdt zich keurig aan de snelheidsregelingen (Jelle is er bij, nietwaar) en eenmaal aangekomen wordt ook duidelijk aangegeven waar je wél en niet geacht wordt te lopen, dit om verdwalen te voorkomen. Nou zou me dat nog moeiteloos lukken als het moet, maar gelukkig slaagt het hele gebeuren in zijn opzet: iedereen gaat in groepjes lopen en wel vanuit verschillende loopgroepen. Als ik het goed heb liepen we met ons vijven en wel vanuit vier verschillende groepen. Eigenlijk best wel een bijzondere groep: de snelste stewardess van Nederland (denk ik zo), de enige persoon die ik ken die het rondje (nou ja, volgens mij kun je dat beter RONDE noemen) rond de Noordzee heeft gefietst, een voor mij onbekende dame die nog niet zo lang maar wel hard loopt en de broer van de hoofdpersoon van het volgende deel van dit verhaal.
Kortom: een aangenaam gezelschap in een schitterende omgeving en met mooi weer (het begint pas écht te hozen als we weer op de terugweg zijn!), wat wil je nog meer!
Nou ja, wat wil je nog meer? Op zondag weer lopen natuurlijk! En wel met de groep van Joop, op de Frôskepolle.. Hier valt beslist meer commentaar op te leveren: hoezo mooi aangeharkte paden, op een kaartje aangeduid? Niets van dat alles: tot over de enkels in de blubber en verdwalen kan niet, want verkeerd lopen eindigt onherroepelijk in het van Harinxmakanaal, hetgeen ondergetekende ook bijna gebeurt tijdens het eerste rondje warmlopen (for insiders; bij dat ….bruggetje bij de molen).
Ook hier weer een bijzondere ervaring: vaak lopen we hier met zijn tweeën of drieën omdat Joop zo druk is dat ‘ie vaak niet kan. Nu hij er wel is zijn er gelijk een stuk of acht enthousiastelingen, dus ik zeg net tege me maat, ik zeg: “toch wel leuk dat Joop er is, zijn we met wat meer” of Joop roept: hier links!! Een enkeling (ik dus) sputtert nog tegen: da’s vlak langs het kanaal, daar ligt alleen maar klei en water, daar lopen we anders nooit!” om als enig antwoord te krijgen: “dan wordt het hoog tijd”. Enfin, we blubberen dus wat voort, met het nodige binnensmondse gemopper (hoog tij zal ‘ie bedoelen) en je ziet een enkeling gewoon denken: “hoe kan ik hier nou onderuit komen?”
Nou, de oplossing is snel gevonden. Eén loper blijkt zeer creatief. Uit privacy overwegingen zal ik de naam hier verder niet noemen, maar laten we hem eenvoudigweg aanduiden als Cor. Om verwarring te voorkomen (er lopen per slot van rekening meerdere mensen rond met deze naam) voegen we maar een letter toe, ehm, effe denken, laten we hem maar Cor W. noemen. Elke overeenkomst met een bestaand persoon met deze naam en achterletter berust uiteraard geheel op toeval.
Cor W loopt enkel plaatsen voor mij en ziet in de verte nog meer blubber opdoemen. Hij bedenkt zich geen moment, neemt een forse duik en belandt voorover en languit in de blubber. We moeten toegeven dat de acteerprestatie geweldig is: we denken in eerste instantie inderdaad dat het per ongeluk ging… Na onze bezorgdheid te hebben geuit lopen we weer verder. Van achter uit de groep heb ik een ideale positie om te observeren en hoewel ik er geen verstand van heb zie ik toch iedereen bewegen met de schouders op een manier die mij nooit is geleerd door welke trainer dan ook. Pieter Dirk ontwikkelt zelfs een geheel nieuwe techniek, niet bijzonder effectief, want hij loopt ineens naast mij, achteraan dus. De techniek kan ik het beste omschrijven als: voorovergebogen, met de handen op de knieën, met weinig knie- inzet maar veel hakken- bil met rare geluiden voortbewegen.
Enfin, aan alles komt een eind, zo ook aan de blubber. Deze gaat op sommige plaatsen over in echte plassen waar we natuurlijk stoer door heen daveren. Aan het eind van de inloop ronde doen we de wel bekende rek- en strek oefeningen. Vooral de kaakspieren moeten het ontgelden; nooit geweten dat die zo belangrijk waren voor het lopen……
Toch komen we weer tot bezinning als iemand vraagt waar Cor W. is. Een enkeling waagt nog een opmerking in de trend van:”ik zag zijn hoofd nog net boven die plas uitsteken” maar naarmate de tijd verstrijkt begint de ernst van de situatie tot ons door te dringen. Inderdaad: waar is Cor? Een diepe stilte maakt zich meester van de Froskepolle en bezorgdheid maakt zich meester van ons gezelschap (óf het zijn rimpels van ouderdom, thuis toch maar even in de spiegel kijken). Gelukkig, na een paar minuten komt er om de hoek een volledig opgefriste en verdacht schone Cor aan. Hij had inmiddels door dat één duik in de modder niet genoeg was om onder de van ons verwachte prestatie uit te komen en had besloten om vervolgens nog een duik te nemen, nu in de eerder genoemde plas. We houden het nu echt niet meer droog, tranen van het lachen biggelen ons over de wangen, de grond nog meer doordrenkend. Ook Joop krijgt nu door dat het nu gevaarlijk wordt voor de gezondheid en sommeert Cor toch maar naar huis te gaan. Deze sputtert voor de vorm nog wat tegen (ik loop mij droog en meer van dat soort verweer) maar druipt vervolgens letterlijk en figuurlijk toch maar af. ’s Nacht in mijn dromen hoor ik hem nog gniffelen. De volgende loop op de Frôskepolle is hij ook niet meer gesignaleerd; uiteraard is er geen verband met zijn eerdere ervaringen.
Nou, dit was zo maar een weekje Lionitas. De moraal van het verhaal? Het is een bijzondere club, en dat is het!
Herman Wassens |